Floran

Mijn ouders zijn toen ik 8 was gescheiden. We gingen om de twee weken naar mijn vader toe. Als ritueel bij het terugbrengen zaten we altijd nog even samen in de auto voor de deur bij mijn moeder wat na te kletsen, te lachen en na te genieten van het weekend. Het was altijd fijn om daar nog even te staan. Op een van die dagen kwam die man met een jong vriendje de deur uit lopen. Mijn vader zag dat en vroeg: ‘Is hij homofiel’? Waarop ik antwoordde: ‘Nee, hij is pedofiel.’ Want dat wist ik.

Op dat moment barstte ik in tranen uit. Dat was het moment dat ik durfde te zeggen dat het misbruik moest stoppen. In eerste instantie voelde ik me opgelucht dat het afgelopen was, maar ik worstelde daarna ook met veel dilemma’s. Mijn eerste seksuele ervaringen waren bijvoorbeeld met een man. Dat maakt op zich niet uit, maar je ziet wel om je heen wat de norm is en je realiseert je dat dat voor jou anders is geweest. Ik heb mij ook vaak afgevraagd of het mijn eigen schuld was. Ik vond het namelijk ook lekker. Seks is lekker.
In het begin schaamde ik me voor wat er gebeurd was. Terwijl er gewoon iets gebeurd is waar ik op dat moment geen keuze of geen macht over had. Ik ben een slachtoffer. Het is geen rol. Er is iemand over mijn grenzen gegaan.

Het heeft mij heel erg gevormd tot wie ik nu ben. Het heeft mij heel erg geleerd om mezelf te vergeven. Dat het belangrijk is om jezelf de ruimte te geven. Dat als je fouten maakt het gewoon oké is.

Jij hebt het recht om hier te zijn, om jezelf te kunnen uiten, om ergens van weg te lopen en om niet over je heen te laten lopen. Jij hebt dat recht als mens.

Tot mijn vijftiende heb ik het intern gehouden en er niet over gepraat. Totdat ik op een avond met twee vrienden in de tuin zat te borrelen en we tegen elkaar zeiden: ‘Zullen we elkaar ons grootste geheim vertellen?’ En iedereen deelde zijn eigen verhaal. En ik dus ook. En zo kwam het dat we daar met zijn drieën lekker zaten te huilen. En het was zo’n opluchting om het los te laten, om het te delen. Omdat delen heelt. Voor mij is delen een manier om tot inzicht te komen. Ik ben er toen over gaan praten en ik heb dat sindsdien altijd gewoon gedaan. Ik voel me daardoor heel erg bevrijd. Maar met het delen van je verhaal gooi je ook een bepaalde energie de ruimte in. En dat is niet altijd even makkelijk. Dus daar leer je ook mee omgaan. Dat daar goede en minder goede momenten voor zijn.

Ik denk dat het belangrijk is dat we er als mensen meer voor openstaan. Want het gebeurt gewoon veel te vaak dat mensen pijn hebben. Zaken die het daglicht niet verdragen, daar moet een licht op gaan schijnen.
Ik hoop dat mensen zichzelf in de spiegel kunnen aankijken en tegen zichzelf zeggen: “Je mag er zijn.” Dat stukje is voor mij de essentie. Dat je gewoon echt lief bent voor jezelf. Dat je jezelf de ruimte gunt, ook om pijn te hebben. Het is oké, het hoort er ook bij. Stel jezelf open, want de wereld kan van buiten niet zien wat er bij jou van binnen is. En dan zien mensen ook je mooie kanten niet. Dus, ga maar stralen.

Andere portretten